romp

mannelijk (de)/xxxx/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. anatomie (anatomie) het lichaam van een mens of dier zonder ledematen, kop of staart
    Ik wilde opnieuw zo'n klein, warm lijfje vasthouden, een romp op mijn borst en een schedel in mijn handpalm.
    ('Griepje denk ik, maandag is-ie er hopelijk weer!') Ik aaide je hoofd dat opeens veel te zwaar voor je romp leek en lethargisch naar voren zakte.
    Er kwam een man schichtig vanaf het houten bruggetje gelopen, als een figuur uit een zwart-witfilm van Jacques Tati, die Franse komiek met kleine dribbelpasjes en een vogelkopje dat grappig schokkerig op zijn romp bewoog.
  2. het gedeelte van een vliegtuig zonder vleugels en stabilo

Etymologie

* In de betekenis van ‘torso’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1357

Vertalingen

Engelsfuselage
Franstorse, fuselage
DuitsTorso, Rumpf
Spaanstorso, tronco, fuselaje
Italiaanstorso, fusoliera
Russischтуловище, фюзеляж
Chinees胴, 軀幹, 躯干
Japans胴体
Koreaans흉상
Turksgövde, beden, gövde
Poolstułów, kadłub
Zweedstorso