toonbank
mannelijk/vrouwelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (economie) een winkeltafel waarop waren worden getoond en afgerekendStaand achter de toonbank neemt hij een hap van het brood, bedachtzaam kauwend totdat het klei in zijn mond is, en hij kijkt de winkel rond, op zoek naar de sporen van zijn belachelijke leven.De magnetische beveiligingsstrip werd op de toonbank verwijderd.De winkelbediende die naar ons toe kwam, was ook heel vriendelijk en leidde ons door het gedrang naar de toonbank.
Uitdrukkingen
- Zeer snel verkocht worden.
- Iets in het geheim aan iemand verkopen.
- Verkocht worden.
Vertalingen
DuitsTresen, Ladentheke, Verkaufstisch
Spaansmostrador
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek