tooisel
onzijdig (het)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- fraaie, kostbare kleding
- (overbodige) opsmukDu Pon verklaart bijvoorbeeld een eenvoudige prediking voor te staan: „Geen windige wijsheid, geen smaak van woorden die de menselijke wijsheid leert; dat tooisel past de zuivere en eenvoudige waarheid niet.”
Etymologie
* van tooien
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek