sieraad

onzijdig (het)/ˈsirat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een voorwerp, meestal van edele metalen en edelstenen, dat bedoeld is het menselijk lichaam te tooien
    En ja.... sta me toe'Hij maakte het pakje open en legde het sieraad snel om de hals van Christa, deed het slotje dicht en zette een paar passen naar achteren.

Etymologie

* Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘versiering’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1537

Vertalingen

DuitsSchmuck, Schmuckstück