sier
mannelijk/vrouwelijk (de)/sir/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- rijkelijk eten en drinken zoals een gast die van een goede gastheer krijgt
- iets wat als verfraaiing van het uiterlijk dient
Etymologie
*[2],[3] van Middelnederlands "siere" "pracht, opschik", cognaat met "Zier"; op te vatten als sieren
Uitdrukkingen
- goede sier maken — 1. uitgebreid genieten van prettige dingen die je eigenlijk niet toekomen
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek