toogpraat

mannelijk (de)/'toχprat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. kletspraatjes die verteld worden tijdens informele bijeenkomsten
    Het Belgisch parlement neemt de zaak hoog op. Politici ondervroegen de minister over zijn gedrag, het telefoontje en zijn kennelijk nutteloze reis naar New York. De minister noemde de blog 'achterklap en toogpraat en zei dat hij wel degelijk een vol programma had. Hij erkende dat er was gebeld, maar er zou niet zijn aangedringen op ontslag. Het Parool 1 DECEMBER 2008 [https://www.parool.nl/buitenland/blog-over-dronken-minister-kost-nederlandse-baan~a60043/ Blog over dronken minister kost Nederlandse baan]
    De burgemeester wil het imago van zijn stad opkrikken. Met een pretpark, met lofts… Een tragedie en een achtbaanrit. Voor wie? U houdt van een schrijver die toogpraat op niveau brengt. De Standaard 28/07/2017 door Veerle Vanden Bosch [http://www.standaard.be/cnt/dmf20170728_02991770 De 5 beste boeken van de week]