borrelpraat
mannelijk (de)/'bɔrəlprat/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kletspraatjes die verteld worden tijdens informele bijeenkomstenDat leraren zich schamen voor hun digitale vaardigheden is in geen enkel onderzoek aangetoond. Borrelpraat dus. NRC Karin den Heijer 15 november 2016'Achterlijke dakhazen met hun idiote prijzen,' zei hij, het kwam duidelijk recht uit het hart. Het daaropvolgende uur werd gekenmerkt door gezellige borrelpraat en een drinktempo van Joop en Coby waarmee Jeroen en Chantal zich niet konden en wilden meten.
Vertalingen
Engelssmall talk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek