toasten
/ˈtostə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (ov) (kookkunst) brood roosterenZal ik het oude brood toasten? Dan hoeven we het niet weg te gooien.Toen zij ziek was, ontwikkelde hij voor haar het nuchterste snackje ooit: de Melba-toast. En dan doelen we niet op het gelijknamige, doorontwikkelde fabrieksproduct, maar op een snede korstloos brood, na het toasten gekliefd, waarna de ongetoaste zijde nogmaals wordt aangeroosterd.Voor ons Mariatoast werkt een broodrooster met een uitneembare broodhouder het best. Zo eentje waar je ook tosties in kunt maken. Dus niet de variant die je broodjes na het toasten de lucht in ploenkt.
- (erga) (muziek) het zingzeggen van teksten op reggaemuziekMaar Damian varieert op de platgespeelde thema’s, door er zijn eigen, geactualiseerde versies van te maken; door snel te toasten – een vorm van ritmisch praten – op korte breaks; door zijn koortje dat in bijvoorbeeld ‘Could You Be Loved’ met te gekke melodieuze variaties komt.Een koortje zet in, en daarna begint een mannenstem te spreken; rap is het niet: het lijkt op een vroege versie ervan, dat wat Jamaicaanse dj’s deden: toasten.Andrés haalde een extra glas uit een van de hutkasten tevoorschijn en schonk alle glazen vol om op onze kennismaking te kunnen toasten.
Etymologie
*van "toast"
Vertalingen
Engelstoast
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek