tij
onzijdig (het)/tɛi/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de periodieke wisseling van de waterstand met eb en vloed.
Etymologie
* In de betekenis van ‘eb en vloed’ voor het eerst aangetroffen in 1532
Vertalingen
Engelstide
Spaansmarea
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek