tienerster

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈtinərˌstɛr/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. iemand met een leeftijd tussen 10 en 20 die heel bekend is geworden door opvallende prestaties bijvoorbeeld in de muziekwereld, als sporter, in films of op tv
    Nu de tienersterren twintigers zijn geworden, heeft Dijkstra ze weer gefotografeerd.
    Zij moest zich in drie sets gewonnen geven tegen de tienerster Jennifer Capriati.
    Het hele land staat op stelten, als een geliefd tienerster in militaire dienst moet.
  2. artiest die vooral geliefd is bij een publiek dat tussen de 10 en 20 jaar oud is
    Vrienten richtte zich na zijn stormachtige carrière als tienerster op het schrijven van filmmuziek maar verlangde terug naar het podium.

Etymologie

*, in de betekenis "tiener die een ster is" aangetroffen vanaf 1960