thuisblijven

/ˈtœysblɛivə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) de eigen woning niet verlaten
    We zijn gewoon lekker een avondje thuisgebleven.
    Zij voelde zich niet helemaal lekker, dus we hebben besloten dat het beter is dat iedereen thuisblijft.
    Iedereen op Curaçao moet thuisblijven. De regering raadde de inwoners van het eiland aan om te hamsteren. De vervroegde avondklok heeft volgens de DMO-voorzitter niet tot grote ongeregeldheden geleid onder winkelend publiek.

Vertalingen

Engelsstay at home