terugzakken

Betekenis

werkwoord
  1. langzaam minder worden
    Door de nieuwe coronagolf zag het de horecaondernemer het bezoek aan zijn zaak, na een kortdurende opleving, weer terugzakken.
    De onlangs aangetreden topman Steven van Rijswijk benadrukte dat de bank ondanks de omstandigheden de rente-inkomsten maar licht zag terugzakken.
  2. zich laten inhalen door een groep waaruit men eerder is ontsnapt
    Na de tussensprint liet de wielrenner zich weer terugzakken in het peloton
    Hij liet zich niet veel later weer terugzakken en keerde met ploeggenoot Casper Pedersen terug in het peloton.