slinken

/ˈslɪŋkə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. erga (erga) (in massa of omvang) minder worden, inkrimpen
    Het ijsklontje slonk in de zon.
    Ik liep langs vele gletsjers die de afgelopen honderd jaar voor meer dan de helft waren geslonken.
  2. erga (erga) (in kracht) minder worden, verslappen
    De kracht van de tegenstanders slinkt zienderogen.
  3. erga (erga) (in aantal of hoeveelheid) minder worden
    Wegens de kredietcrisis is het aantal gegadigden voor nieuwbouwwoningen fel geslonken.
  4. erga (erga) geleidelijk verdwijnen, wegdeemsteren
    De kade van Oostende slonk beetje bij beetje naarmate het schip volle zee bereikte.

Etymologie

Een nevenvorm van "slinken" was in het Middelnederlands "slingen". Van dit werkwoord is nog de iteratiefvorm "slingeren" overgebleven.