terugkerend

/ˈtrʏxkerənt/

Betekenis

werkwoord
  1. zich herhalend, weer opnieuw beginnend
    Deze patiënt had steeds opnieuw terugkerende urineweginfecties.
    Vroeger waren de jaarfeesten zeer talrijk. Feest, bij voorbeeld voor het terugkerende licht van de zon, begin van de lente, dank voor de oogst. Iets hiervan vinden wij terug in de bekende christelijke feesten.

Etymologie

*terugkeren met de uitgang -d