tegenovergestelde

onzijdig (het)/ˌteɣənˈovərɣəˌstɛldə/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. helemaal andersom dan het gestelde oftewel het tegendeel.
    Nee, het tegenovergestelde is waar.
    Britta was in meerdere opzichten het tegenovergestelde van de kokkinnen, je zou zelfs kunnen zeggen dat ze een charmante vrouw was.

Etymologie

*: "tegenovergesteld" met de uitgang -e

Vertalingen

Engelsopposite
Franscontraire
DuitsGegenteil
Spaanscontrario, opuesto
Portugeescontrário, Antónimo
Japansあべこべ