tegengesteld

/ˈteɣə(n)ɣəˌstɛlt/

Betekenis

werkwoord
  1. de negatieve waarde van iets hebbend
    Hij heeft precies tegengestelde plannen.

Etymologie

* (van het scheidbare werkwoord), op te vatten als

Vertalingen

Engelsopposite
Franscontraire, opposé
Duitsentgegengesetzt, gegensätzlich
Spaansopuesto, contrapuesto, contrario