tarok
mannelijk (de)/taˈrɔk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- troefkaart
zelfstandig naamwoord
- een kaartspel van achtenzeventig kaarten, dat vanaf het midden van de vijftiende eeuw in verschillende delen van Europa werd gespeeld
Etymologie
* uit het Italiaans
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek