Dit woord is niet gevonden in de woordenlijst.
tandenschuier
mannelijk (de)/ˈtɑndə(n)ˌsxœyjər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (Suriname) borsteltje om het gebit schoon te poetsenIn de bundel die hing over tante Nolda's schouder waren schoolkleren, huiskleren, jockeys en een paar slippers. Ook een pyjama, baddoek, tandenschuier en doosje zeep, want ik ging om te blijven.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek