schuier

mannelijk (de)/ˈsxœyjər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. gereedschap (gereedschap) werktuig waarmee met een schraapbeweging een weefsel ontdaan kan worden van stof en pluis
  2. (Suriname) tandenborstel

Etymologie

* In de betekenis van ‘borstel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1623