takkenbos

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een bundel takken van struiken en bomen zonder bladeren die men kan gebruiken om een vuur te maken
    „Als we gaan bakken moeten we twee dagen van tevoren al beginnen met de oven op te warmen, anders scheuren de muren.” Het bakhuis is heel bijzonder onder meer omdat het gebouw zo groot is. Links ervan ligt een flinke takkenbos en veel houtblokken en rechts gereedschap en eetgerei als mokken en bekers. Er is genoeg ruimte voor een grote tafel met stoelen en banken. Tubantia Hengelo 08-06-11 [https://www.tubantia.nl/hengelo-e-o/landbouwmuseum-erve-niehof-zoekt-vrijwilligers-voor-rondleiding~a2dffae3/ Landbouwmuseum Erve Niehof zoekt vrijwilligers voor rondleiding]
    Ook op de takkenbos werd vaak fout gegokt. De takken belanden bij veel deelnemers in de groene container (72 procent) maar moeten naar het afvalbrengpunt omdat hout te langzaam composteert om bij het groene afval te mogen. Achterlaten in het bos mag ook niet! Tubantia 07-03-13 [https://www.tubantia.nl/datajournalistiek/uitslag-afvalquiz-lege-terpentinefles-is-struikelblok~aa8e6dcf/ Uitslag afvalquiz: lege terpentinefles is struikelblok]
    Vier pinguïnpaartjes waren al aan het broeden of hadden zelfs al jongen. Zij mogen buiten op hun nest in de rotsen blijven, maar de dierverzorgers hebben de nestholen warm ingepakt met takkenbossen en houten planken. Het Parool 3 FEBRUARI 2012 [https://www.parool.nl/binnenland/het-is-te-koud-voor-de-pinguins-van-burgers-zoo~a3153802/ Het is te koud voor de pinguïns van Burgers' Zoo]

Vertalingen

Engelsfascine, faggot