takkeling

vrouwelijk (de)/ˈtɑkəˌlɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. jonge vogel die nog niet kan vliegen of alleen maar van tak naar tak kan gaan
    Hij liet zien dat hier wel degelijk buizerds rondvlogen, de eerste tergend langzaam wiekend over open veld, de tweede fladderend van iep tot iep. 'Een takkeling, zei Hake, 'vliegt nog alleen van tak naar tak.'

Etymologie

* afleiding van tak