tablet

/taˈblɛt/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. farmacologie (farmacologie) pastille, pil
    Neem een tablet in.
  2. voeding (voeding) plak [2]
    Een tablet chocolade.
  3. bouwkunde (bouwkunde) houten of glazen plaat, meestal gebruikt om iets af te werken
    Een tablet van glas.
  4. platrond voorwerp dat een bepaalde werkzame stof (zeep, schoonmaakmiddel e.d.) bevat
    Een tablet wasmiddel.
  5. kleitablet
    Hurritische tabletten.
  6. tuinbouw (tuinbouw) kweekbak die wordt geplaatst in een kas ([3])
    In de kas bevindt zich aan één kant een groot tablet met planten in pot, daartegenover is een tufwand gemaakt van dunne travertinplaten.[https://www.jansalpines.com/nl/14/alpienekas.html Alpienekas], jansalpines.com
zelfstandig naamwoord
  1. elektronica (elektronica) een platte computer die vrijwel alleen bestaat uit een aanraakbaar beeldscherm
    Hij zat de hele dag op zijn tablet.

Etymologie

*[táblet] van , verkorting van "tablet computer"

Vertalingen

Engelstablet, bar
Franscomprimé, tablette
DuitsTablette, Tafel
Spaanspastilla, comprimido, tableta