tabaksteler
mannelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- landbouwer die tabaksplanten verbouwtDe overheveling heeft ook gevolgen voor de 60 tabakstelers in Zuid-West-Vlaanderen. Die produceren jaarlijks samen 120 ton tabak. Tot de sluiting blijft Gryson tabak afnemen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek