tabak
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- genotsmiddel afkomstig van de bladeren van de tabaksplant, , dat wordt gerookt, gekauwd en gesnovenin de meeste landen is tabak verantwoordelijk voor 30% van alle kwaadaardige tumoren [http://www.tegenkanker.be/content/roken www.tegenkanker.be]
Etymologie
* Leenwoord uit het Spaans, in de betekenis van ‘gedroogde planten die gerookt worden’ voor het eerst aangetroffen in 1577
Uitdrukkingen
- ergens tabak van krijgen — ergens genoeg van hebben en niet willen dat het doorgaat
Vertalingen
Engelstobacco
Franstabac
DuitsTabak
Spaanstabaco
Italiaanstabacco
Portugeestabaco
Turkstütün
Poolstytoń
Zweedstobak
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek