tabakssap

onzijdig (het)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het bittere sap van de tabaksplant
    Maar niet alleen schrijvers aan de Oostkust met een hang naar cultureel protectionisme joegen de romantisering van de cowboy aan. Ook de koeienjongens zelf hadden er een handje van het leven on the trail mooier voor te stellen dan het was. Voor hen smaakten de weken met bonen, koffie, en tabakssap om de slaap uit je ogen te wrijven, ondanks alles naar het leven van ‘vrije jongens’. Vergelijkbaar met het zelfbeeld van vrachtwagenchauffeurs voor de komst van de tachograaf. NRC Sjoerd de Jong 15 mei 2010 [https://www.nrc.nl/nieuws/2010/05/15/wild-amerikaans-11889631-a709741 Wild Amerikaans]
  2. het met speeksel vermengde sap van de tabaksplant dat vrijkomt bij het pruimen
    Ik had ook best segaren kunnen roken, denkt Fridlöv, als zijn pijp met een laatste sis dooft. Hij krijgt bitter tabakssap op zijn tong en hij moet spugen, brr. Maar ik had ook best een gouden horloge voor doordeweeks kunnen hebben en ik had ook best met een hoge boord om kunnen lopen als ik gewild had. Eyvind Johnson De Tweede Ronde. Jaargang 10 [https://www.dbnl.org/tekst/_twe007198901_01/_twe007198901_01_0032.php Een moeilijk moment ]