taakuitoefening
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- het praktisch handelen dat nodig is om een plicht uit te voerenIn de Amsterdamse Zedenzaak hebben de bij kinderopvang betrokken instellingen en overheidsinstanties zowel in hun eigen taakuitoefening als in de onderlinge samenwerking steken laten vallen.Willem-Alexander lijkt zichzelf dus met een buitengewoon lastige opdracht te hebben opgezadeld. Toch is er hoop. Door trouw te blijven aan zijn idealen en door een voorbeeldige taakuitoefening kan hij persoonlijk gezag opbouwen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek