taakuitbreiding

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het vergroten van het aantal taken dat iets of iemand moet (en mag) uitvoeren
    Het leger krijgt meer bevoegdheden en militairen kunnen bijvoorbeeld, net als politieagenten, burgers oppakken. De taakuitbreiding van het leger geldt tot de uitslagen van het referendum over de conceptgrondwet van zaterdag bekend zijn.
    De gemeenten krijgen een budget dat 'in overeenstemming is met de taakuitbreiding. Hoeveel geld de gemeenten krijgen, meldt de staatssecretaris niet.