supergeleider
mannelijk (de)/ˈsypərɣəˌlɛidər/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (natuurkunde) stof die supergeleiding vertoont en dus een ohmse weerstand van nul heeft
Etymologie
*afgeleid van geleider , om aan te geven dat het om een toestand gaat boven die van normale stroomgeleiding
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek