super

mannelijk (de)/ˈsypər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. scheikunde, motortechniek (scheikunde), (motortechniek) benzine met een octaangetal hoger dan 95, superbenzine
  2. handel, informeel (handel), (informeel) grote winkel met een doorgaans brede keus aan producten voor het dagelijks leven
    Ga je zo meteen nog even naar de super?

Etymologie

*[1] (informeel), (spreektaal) bijvoeglijk naamwoord waaruit over het algemeen een zeer positief oordeel spreekt, vaak gebruikt als versterkend voorvoegsel (supergoed, superfijn, superleuk enz.)

Vertalingen

Engelssuper
Spaansgasolina súper