stromen
/'stromən/
Betekenis
werkwoord
- (erga) voortbewegen van vloeistoffenEr is veel water van de heuvel gestroomd.Doordat de wind recht mijn kant opblies en het geluid van de donder steeds dichterbij kwam bleven mijn tranen stromen.
- voortbewegen van andere zaken dan vloeistoffenNella is woedend, maar de woorden laten zich niet meer beteugelen en stromen naar buiten.Sinds ik mijn chocoladekunst mooi gestileerd aan de wereld toon, stromen de bestellingen binnen.
Vertalingen
Engelsstream, flow
Franscouler
Duitsströmen, fließen
Spaansfluir, afluir, correr
Russischтечь
Zweedsströmma
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek