stroefheid
vrouwelijk (de)
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- de mate waarin iemand minder vlot isIk probeerde de stroefheid met koude wodka's te bestrijden, maar mijn spraak bleef op slot.
- de mate waarin iets minder glad isMet het nieuwe asfalt zal Zandvoort een stukje sneller worden. "De stroefheid van dit mengsel is veel hoger dan het oude mengsel, waardoor ze eerder moesten remmen. Dat is nu niet meer nodig. Ze kunnen twee seconden extra snelheid halen op de baan", zegt Bertram van den Brink, de technisch manager die de klus uitvoert.
Etymologie
* afleiding van stroef
Vertalingen
Engelsskid resistance, roughness, nonskid
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek