strodak

onzijdig (het)/ˈstrodɑk/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. dak bedekt met riet
    De brandweer van Brakel rukte gisteren omstreeks 11.30 uur uit voor een woningbrand op de Brusselsestraat in Nederbrakel. Buurtbewoners dachten dat het strodak van de woning van architect J. Piteraerents brandde. Bij aankomst bleek het enorme dampvorming veroorzaakt door de opwarming van het dak. Buurtbewoners hadden zich laten misleiden door de mistbank met een lichte brandgeur. De Standaard 08 DECEMBER 2008 (edp) [http://www.standaard.be/cnt/b123olis_4 Strodak brandt niet]
    In provinciaal domein Rivierenhof lijden niet alleen vogels onder het winteroffensief. De voorbije dagen lieten meer dan honderd karperachtigen het leven door gebrek aan zuurstof, vooral aan de Congohut met z'n strodak tegenover het Sterckshof. De Standaard 09 JANUARI 2009 OM 00:00 UUR | (jaa) [http://www.standaard.be/cnt/sn24ro65 Massale vissterfte in vijvers Rivierenhof]

Vertalingen

Engelsthatched roof