stripper

mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstrɪpər/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. beroep (beroep) iemand die een prikkelende vertoning uitvoert waarbij de kleren uitgedaan worden
    Hij vond het prachtig om naar strippers te gaan kijken.
  2. gereedschap (gereedschap) instrument om iets af te strippen bijv. een verfstripper
  3. persoon die stript zonder zijn kleren uit te doen (dat zijn de ergsten!!) bijv. een asset-stripper

Etymologie

*afgeleid van strippen