string

mannelijk/vrouwelijk (de)/strɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. informatica (informatica) reeks tekens (tevens in sommige programmeertalen een datatype)
    in de programmeertaal 'M' kennen we alleen het datatype string
  2. natuurkunde (natuurkunde) basaal "deeltje" in de stringtheorie
  3. kleding (kleding) tanga die van achter slechts uit een koordje ('string') bestaat, stringtanga
  4. snaar van een muziekinstrument

Etymologie

* In de betekenis van ‘minuscuul broekje dat van achter slechts uit een koordje bestaat’ voor het eerst aangetroffen in 1983