strategie

vrouwelijk (de)/ˌstrateˈɣi/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een plan om iets te bereiken
    De strategie van die handelaar werkt erg goed.
    Hij zag het probleem niet zozeer en maakte aanstalten om verder te lopen, waardoor ik overging op een andere strategie.

Etymologie

* Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘kunst van oorlogvoering, beleid’ voor het eerst aangetroffen in 1872

Vertalingen

Engelsstrategy
DuitsStrategie
Spaansestrategia
Portugeesestratégia
Japans策略, 計略, 機略