strandopgang
mannelijk (de)/ˈstrɑntopxɑŋ/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- pad of weg waarmee men over de duinen op het strand kan komenSamen met buurtgenoot Jos Nijhuis loop ik in de duinen. In ons enthousiasme missen we de strandopgang tussen Noordwijk en Zandvoort, zodat we 20,8 km doen.De dorpskern van Monster heeft drie strandopgangen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek