straf
mannelijk/vrouwelijk (de)/strɑf/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (juridisch) onprettige maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtredingGelukkig werd er alleen wiet gevonden, dat wel geconfisqueerd werd maar waar verder geen straffen voor werden uitgedeeld.
- (figuurlijk) een vervelende ervaring in het algemeenHet moest geen straf zijn om zuinig te leven, maar juist een leuke ervaring.
Etymologie
* Etymologisch verwant met o.a. "straf", " stjarfi". Binnen het Nederlands misschien met strepen en/of met stropen of sterven, maar geen van deze etymologische verbanden is erg zeker. Er zijn evenmin cognaten buiten het Germaans bekend. Mogelijk verder te herleiden tot *strēpōn-, maar ook deze laatste vorm is alleen maar speculatief.
Vertalingen
Engelspunishment, penalty
Franspunition
DuitsStrafe
Spaanspena, penitencia, castigo
Italiaanspunizione
Portugeespunição
Japans罰
Koreaans벌
Turksceza
Zweedsstraff
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek