straf

mannelijk/vrouwelijk (de)/strɑf/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. juridisch (juridisch) onprettige maatregel of behandeling ter vergelding van een misdaad of overtreding
    Gelukkig werd er alleen wiet gevonden, dat wel geconfisqueerd werd maar waar verder geen straffen voor werden uitgedeeld.
  2. figuurlijk (figuurlijk) een vervelende ervaring in het algemeen
    Het moest geen straf zijn om zuinig te leven, maar juist een leuke ervaring.

Etymologie

* Etymologisch verwant met o.a. "straf", " stjarfi". Binnen het Nederlands misschien met strepen en/of met stropen of sterven, maar geen van deze etymologische verbanden is erg zeker. Er zijn evenmin cognaten buiten het Germaans bekend. Mogelijk verder te herleiden tot *strēpōn-, maar ook deze laatste vorm is alleen maar speculatief.

Vertalingen

Engelspunishment, penalty
Franspunition
DuitsStrafe
Spaanspena, penitencia, castigo
Italiaanspunizione
Portugeespunição
Japans
Koreaans
Turksceza
Zweedsstraff