straatverlichting

vrouwelijk (de)/ˈstratfərˌlɪxtɪŋ/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. verbetering van het zicht op de weg met hoog bevestigde lantaarns
    Hij had gehoord dat er een hofauto was aangereden en betuigde zijn medeleven, maar benadrukte ook dat het ongeluk niet had hoeven gebeuren als er lantaarnpalen waren geweest. Een jaar eerder was in Limburg, langs de weg tussen Beek en Geleen, de eerste straatverlichting geplaatst.
    Wat een schitterende plek, zo hoog op een bergrichel, maar ook geheel verlaten zonder enige straatverlichting in de wijde omtrek.