straat

mannelijk/vrouwelijk (de)/strat/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een weg tussen de huizen in een bewoonde plaats
    De meeste straten in woonwijken zijn gevuld met auto's.
    In South Lake Tahoe dook hij weer eens op en vertelde me dat een onbekende man hem in Bishop op straat had horen gitaarspelen.
  2. smalle doorgang tussen twee zeeën, een zee-engte, zeestraat
  3. reeks machines of arbeidsplaatsen in een productielijn, een productiestraat

Etymologie

*Andere Indo-Europese talen

Vertalingen

Engelsstreet, strait
Fransrue, détroit
DuitsStraße, Straße
Spaanscalle, arroyo, estrecho
Italiaansvia, strada, stretto
Portugeesrua, estreito
Russischулица
Arabischشارع
Turkssokak, cadde
Poolsulica, cieśnina
Zweedsgata, sund
Deensgade, stræde, sund