stouterik
mannelijk (de)/ˈstɑutərɪk/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- kind dat ondeugend is (kan zowel ernstig als vertederend worden gebruikt)
- (verouderd) iemand die gevaar niet uit de weg gaat
Etymologie
*afgeleid van stout
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek