stormram
mannelijk (de)/ˈstɔrᵊmˌrɑm/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (militair) (geschiedenis) (in een belegering) een toestel, balk, stootblok, e.d. om de poort van een vesting open te beuken
- grote stevige paal om een deur in te rammenDe politie gebruikte een stormram om in de woning van de terroristen te komen.
- iets waarmee men een opening of bekentenis kan forceren'Waarom heeft u die opname gemaakt, redacteur Levov?' vroeg de advocaat op dezelfde lichte toon als wanneer hij naar het weer zou hebben gevraagd. Wat een fantastische openingsvraag! dacht Eric. Zo briljant eenvoudig, en toch een stormram.
Etymologie
* als leenvertaling van Latijn "aries"
Vertalingen
Engelsbattering ram
Fransbélier
DuitsRammbock
Spaansariete
Italiaansariete
Portugeesaríete
Russischсокол
Deensrambuk
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek