stormen
/ˈstɔrmə(n)/
Betekenis
werkwoord
- (intr) (onpr) (meteorologie) bijzonder sterk waaienHet stormde geweldig die nacht en er verging een aantal schepen.
- (erga) bijzonder snel bewegenDe bel ging en de kinderen stormden naar buiten.
Etymologie
* In de betekenis van ‘hard waaien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Vertalingen
Engelsstorm
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek