stormen

/ˈstɔrmə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. intr, onpr, meteorologie (intr) (onpr) (meteorologie) bijzonder sterk waaien
    Het stormde geweldig die nacht en er verging een aantal schepen.
  2. erga (erga) bijzonder snel bewegen
    De bel ging en de kinderen stormden naar buiten.

Etymologie

* In de betekenis van ‘hard waaien’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240

Vertalingen

Engelsstorm