stokregel

mannelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een zin of zinsnede die men steeds herhaalt in een tekst of toespraak
    Het kwam steeds terug, zag ze. Waarschijnlijk had de schrijver zoiets als Ik had een droom voor ogen gehad, dat je wel eens tegenkwam als stokregel in een rederijkersrefrein, of in de toespraak van een heel beroemde redenaar. Het had iets literairs, en de mensen hoorden het graag.
  2. steeds terugkerende laatste regel van een refrein