stigmatiseren

/ˌstɪxmatiˈzerə(n)/

Betekenis

werkwoord
  1. ov, religie (ov) (religie) wonden toebrengen zoals Jesus deze tijdens zijn kruisiging verkreeg
    Op de Filippijnen waren een aantal mensen gestigmatiseerd doordat zij zich aan kruisiging onderworpen hadden.
  2. ov, figuurlijk (ov) (figuurlijk) onuitwisbare wonden toebrengen
    Door deze gebeurtenis zou zij haar leven gestigmatiseerd blijven.
  3. in de openbaarheid iemand beschuldigen en veroordelen

Etymologie

*van "stigmatiser", in de betekenis van ‘brandmerken’ voor het eerst aangetroffen in 1824

Vertalingen

Engelsstigmatise, brand
Fransstigmatiser
Duitsstimatisieren, brandmarken