stelselmatigheid

vrouwelijk (de)

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. een streng onpersoonlijk plan
    Dus wie had hem, Pierre, met al zijn herinneringen, wensen, verwachtingen, gedachten nu uiteindelijk ter dood veroordeeld, gedood, van het leven beroofd? Wie was dat? En Pierre voelde dat het niemand was. Het was een stelselmatigheid, een samenloop van omstandigheden.

Etymologie

*afleiding van stelselmatig