stel

onzijdig (het)/stɛl/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. klein aantal bij elkaar passende voorwerpen of personen die samen een geheel vormen
    Wat een knap stel, die twee!
    Met mijn 43 jaar was ik duidelijk de oudste van het stel, de rest leek ergens tussen de twintig en vijfentwintig.
voegwoord
  1. verondersteld dat
    Stel dat ik ontevreden ben over de afhandeling van mijn klacht. Wat kan ik dan doen?

Etymologie

* van stellen

Uitdrukkingen

  • Op stel en sprong vertrekken/gaanonmiddellijk vertrekken/gaan
  • Op stel zijnStoett-2168 [http://www.dbnl.org/tekst/stoe002nede01_01 www.dbnl.org]

Vertalingen

Engelscouple, set
Duitsangenommen, dass, falls, sofern
Poolspara