steak
mannelijk (de)/xxxx/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (voeding) een geroosterd stuk vlees van een rund
- (voeding) een biefstuk
Etymologie
* Leenwoord uit het Engels. In de betekenis van ‘biefstuk’ voor het eerst aangetroffen in 1912 .
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek