stapelmarkt
mannelijk/vrouwelijk (de)/ˈstapəlˌmɑrᵊkt/
Betekenis
zelfstandig naamwoord
- (handel) plaats waar het grootste deel van de handel in een bepaald goed plaatsvindt en die zo ook de prijzen daarvoor elders beïnvloedtSint-Eustatius was halverwege de 18de eeuw een Nederlandse vrijhaven, een centrale stapelmarkt tussen Europa, de andere Caribische eilanden en de voor onafhankelijkheid strijdende Britse koloniën in Noord-Amerika. Er stonden pakhuizen vol goederen die verhandeld werden, waaronder wapentuig uit Europa dat bestemd was voor de Amerikanen, die in 1775 de onafhankelijkheid hadden uitgeroepen.
Bron: OpenTaal & WikiWoordenboek