stap

mannelijk (de)/stɑp/

Betekenis

zelfstandig naamwoord
  1. het plaatsen van de ene voet voor de andere bij het gaan
    Door zijn stap te vergroten ging hij sneller lopen.
    Door het zweet en constante wrijving werd mijn huid tussen mijn dijen en billen bij elke stap opengeschuurd.
    Door de eindeloze herhaling van mijn stappen werden mijn voeten langzaam beurs.
  2. een kleine beweging naar een bepaald doel
    Het is afwachten tot iemand de eerste stap zet om te komen tot vrede.
    Het viel hem op dat er veel politie was maar dat ze niet waren uitgerust met witte oproerhelmen en schilden. Dat was een stap vooruit, een kleine overwinning in de strijd tegen het vs-imperialisme. Je won de steun van het volk niet door met de politie te vechten.

Vertalingen

Engelspace, step
Spaanspaso