sprokkelen

/xxxx/

Betekenis

werkwoord
  1. ov (ov) losliggend hout zoeken voor een vuur
    Er waren vrij veel stronken en takken gesprokkeld en het vuur brandde de hele nacht en hield de kampeerders warm.
  2. ov (ov) kleine beetjes of waren vergaren bij anderen zonder tegenprestatie of betaling
    Met deze analyses in de vorm van een nieuwsbrief probeert hij speels en uitdagend verbanden in kaart te brengen tussen arbeid, migratie en andere statistische parameters van de Vlaamse en Belgische bevolking. ‘Het probleem in Vlaanderen is dat niemand anders daar mee bezig is, terwijl er bij de administraties zoveel interessante gegevens te sprokkelen zijn.’
  3. inerg (inerg) valsspelen
    Het bleef zijn medeleerlingen onopgemerkt dat hij tijdens de hardloopwedstrijd in de laatste meters gesprokkeld heeft door de bocht af te snijden.

Etymologie

*Afgeleid van sprokkel of een frequentatieve vorm van het verouderde sprocken